DE BIJBEL
Les 2
Lees Gn. Hoofdstuk 1 t/m 3
Alles wat wij door onze zintuigen en geloof waarnemen is door God gecreëerd.
Zonder Hem is niets ontstaan, wat ontstaan is.
Hij begon op een orderlijke manier te scheppen.
Lees Gn. Hoofdstuk 1 t/m 3
Alles wat wij door onze zintuigen en geloof waarnemen is door God gecreëerd.
Zonder Hem is niets ontstaan, wat ontstaan is.
Hij begon op een orderlijke manier te scheppen.
Een mens heeft 5 zintuigen, tw: Oren, ogen, neus, het gevoel, de smaak
en het tastzin.
Het geloof is iets extra en doet mede dienst
als een waarnemingszintuig. In de loop van deze cursus zullen we veel over geloof leren.
als een waarnemingszintuig. In de loop van deze cursus zullen we veel over geloof leren.
De Bijbel is gebaseerd op geloof.
HET BEGINIn den beginne schiep God de hemel en de
aarde.
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.
De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren.
Wanneer de hemel en aarde geschapen is, weet niemand. De Bijbel verschaft
ons geen diepte in de tijd. De wetenschappers, archeologen, hebben uit fondsen
ontdekt dat de aarde vele miljoenen jaren
bestaat. Sommige mensen maken de fout in hun denken en zeggen dat de aarde precies zolang
bestaat als de mensen zelf. De Bijbel verschaft echter geen inzicht in de ouderdom.
bestaat. Sommige mensen maken de fout in hun denken en zeggen dat de aarde precies zolang
bestaat als de mensen zelf. De Bijbel verschaft echter geen inzicht in de ouderdom.
Wat wij wel weten is, dat de aarde door God gecreëerd is, omdat dit in de
Bijbel staat.
De Bijbel leert ons: “In het begin schiep God de hemel en de aarde” We zien
de hemel en we
zien ook de aarde. Allebei bestaan.
We zien God niet, maar wel zijn schepping; dus Hij bestaat ook.
zien ook de aarde. Allebei bestaan.
We zien God niet, maar wel zijn schepping; dus Hij bestaat ook.
De ScheppingAlle dingen heeft God door zijn woord
geschapen.
Hij spreekt wat er moet komen en het geschiedt. Zijn woord heeft kracht. En die kracht is in zijn woord opgesloten. Het is onzichtbaar voor de mensen met zintuigen, maar wel waarneembaar door het geloof.
Hij spreekt wat er moet komen en het geschiedt. Zijn woord heeft kracht. En die kracht is in zijn woord opgesloten. Het is onzichtbaar voor de mensen met zintuigen, maar wel waarneembaar door het geloof.
De Eerste Dag
En God zei: Er zij licht; en er was licht.
En het licht werd geschapen. God zag, dat het licht goed was, en Hij maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En Hij noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.
En God zei: Er zij licht; en er was licht.
En het licht werd geschapen. God zag, dat het licht goed was, en Hij maakte scheiding tussen het licht en de duisternis. En Hij noemde het licht dag, en de duisternis noemde Hij nacht. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de eerste dag.
De Tweede Dag
En God zei: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren.
En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo.
En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag.
En God zei: Daar zij een uitspansel in het midden der wateren, en dit make scheiding tussen wateren en wateren.
En God maakte het uitspansel en Hij scheidde de wateren die onder het uitspansel waren, van de wateren die boven het uitspansel waren; en het was alzo.
En God noemde het uitspansel hemel. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de tweede dag.
De Derde Dag
En God zei: Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het
droge te voorschijn kome; en het was alzo.
En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën.
En God zag, dat het goed was.
En God zei: Dat de wateren onder de hemel op een plaats samenvloeien en het
droge te voorschijn kome; en het was alzo.
En God noemde het droge aarde, en de samengevloeide wateren noemde Hij zeeën.
En God zag, dat het goed was.
En God zei: Dat de aarde jong groen voortbrenge, zaadgevend gewas,
vruchtbomen, die naar hun aard vruchten dragen, welke zaad bevatten, op de
aarde; en het was alzo.
En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte,
dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag.
En de aarde bracht jong groen voort, gewas, dat naar zijn aard zaad geeft, en geboomte,
dat naar zijn aard vruchten draagt, welke zaad bevatten. En God zag, dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de derde dag.
DE VIERDE DAG
En God zei: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel
van vaste tijden als van dagen en jaren; en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.
En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en
het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.
En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden.
En God zag, dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.
En God zei: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel
van vaste tijden als van dagen en jaren; en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo.
En God maakte de beide grote lichten, het grootste licht tot heerschappij over de dag, en
het kleinere licht tot heerschappij over de nacht, benevens de sterren.
En God stelde ze aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en over de nacht, en om het licht en de duisternis te scheiden.
En God zag, dat het goed was.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vierde dag.
De Vijfde Dag
En God zei: Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels.
Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de
wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God
zag, dat het goed was.
En God zegende ze en zei: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte worde talrijk op de aarde.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.
En God zei: Dat de wateren wemelen van levende wezens, en dat het gevogelte over de aarde vliege langs het uitspansel des hemels.
Toen schiep God de grote zeedieren en alle krioelende levende wezens, waarvan de
wateren wemelen, naar hun aard, en allerlei gevleugeld gevogelte naar zijn aard. En God
zag, dat het goed was.
En God zegende ze en zei: Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de wateren in de zeeën, en het gevogelte worde talrijk op de aarde.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de vijfde dag.
De Zesde Dag
En God zei: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo.
En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
En God zei: Dat de aarde voortbrenge levende wezens naar hun aard, vee en kruipend gedierte en wild gedierte naar hun aard; en het was alzo.
En God maakte het wild gedierte naar zijn aard en het vee naar zijn aard en alles wat op de aardbodem kruipt naar zijn aard. En God zag, dat het goed was.
De Schepping Van De MensEn God zei: Laat Ons mensen
maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der
zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en
over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.
En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.
En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen en God zei tot hen: Weest vruchtbaar en wordt talrijk; vervult de aarde en onderwerpt haar, heerst over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over al het gedierte, dat op de aarde kruipt.
En God zei: Zie, Ik geef u al het zaaddragend gewas op de gehele aarde en
al het geboomte, waaraan zaaddragende vruchten zijn; het zal u tot spijze
dienen.
Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde
kruipt, waarin leven is, geef Ik al het groene kruid tot spijze; en het was alzo.
En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.
Maar aan al het gedierte der aarde en al het gevogelte des hemels en al wat op de aarde
kruipt, waarin leven is, geef Ik al het groene kruid tot spijze; en het was alzo.
En God zag alles wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed.
Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: de zesde dag.
De Zevende Dag
Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer.
Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.
En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.
De zevende dag is Gods dag, apart gezet als rustdag. De mens moet deze dag in acht nemen.
Alzo werden voltooid de hemel en de aarde en al hun heer.
Toen God op de zevende dag het werk voltooid had, dat Hij gemaakt had, rustte Hij op de zevende dag van al het werk, dat Hij gemaakt had.
En God zegende de zevende dag en heiligde die, omdat Hij daarop gerust heeft van al het werk, dat God scheppende tot stand had gebracht.
De zevende dag is Gods dag, apart gezet als rustdag. De mens moet deze dag in acht nemen.
De Waterdamp
Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde,
dat de HERE God aarde en hemel maakte, er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid des velds uitgesproten, want de HERE God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken; maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem;
Met waterdamp die opsteeg van de grond bevochtigde God de aardbodem voor de plantengroei.
Dit is de geschiedenis van de hemel en de aarde, toen zij geschapen werden. Ten tijde,
dat de HERE God aarde en hemel maakte, er was nog geen enkel veldgewas op de aarde, en er was nog geen enkel kruid des velds uitgesproten, want de HERE God had het niet op de aarde doen regenen, en er was geen mens om de aardbodem te bewerken; maar een damp steeg op uit de aarde en bevochtigde de gehele aardbodem;
Met waterdamp die opsteeg van de grond bevochtigde God de aardbodem voor de plantengroei.
God vormt de Mens
Er was ook niemand om de aardbodem te bewerken, toen formeerde de HERE God de
mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens
tot een levend wezen.
Er was ook niemand om de aardbodem te bewerken, toen formeerde de HERE God de
mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens
tot een levend wezen.
De Hof van Eden
Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. Ook deed de HERE God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad.
Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen.
De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is; en het goud van dat land is goed; daar is de balsemhars en de steen chrysopraas. De naam van de tweede rivier is Gichon; deze stroomt om het gehele land Ethiopie.
De naam van de derde rivier is Tigris; deze stroomt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat.
Voorts plantte de HERE God een hof in Eden, in het Oosten, en Hij plaatste daar de mens, die Hij geformeerd had. Ook deed de HERE God allerlei geboomte uit de aardbodem opschieten, begeerlijk om te zien en goed om van te eten; en de boom des levens in het midden van de hof, benevens de boom der kennis van goed en kwaad.
Er ontsprong in Eden een rivier om de hof te bevochtigen, en daar splitste zij zich in vier stromen.
De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is; en het goud van dat land is goed; daar is de balsemhars en de steen chrysopraas. De naam van de tweede rivier is Gichon; deze stroomt om het gehele land Ethiopie.
De naam van de derde rivier is Tigris; deze stroomt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat.
Het Gebod aan Adam
En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan
zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren. En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof moogt gij vrij eten, maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan
zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
De Schepping van de DierenEn de HERE God zei: Het is
niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.
En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte des velds en al het
gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het
noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het
heten.
En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte
des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte
des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
Schepping van Eva
Toen deed de HERE God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees.
En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. Toen zei de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij
zullen tot een vlees zijn. En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet.
Toen deed de HERE God een diepe slaap op de mens vallen; en terwijl deze sliep, nam Hij een van zijn ribben en sloot haar plaats toe met vlees.
En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens. Toen zei de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.
Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij
zullen tot een vlees zijn. En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet.
De Verleiding door de SlangDe slang nu was het
listigste van alle dieren des velds, die de HERE God gemaakt had; en zij zei tot
de vrouw: God heeft zeker wel gezegd: Gij zult niet eten van enige boom in de
hof? Toen zei de vrouw tot de slang: Van de vrucht van het geboomte in de hof
mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom, die in het midden van de hof
staat, heeft God gezegd: Gij zult daarvan niet eten noch die aanraken; anders
zult gij sterven.
De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden,
en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.
De slang echter zei tot de vrouw: Gij zult geenszins sterven, maar God weet, dat ten dage, dat gij daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden, en gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad. En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden,
en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at.
Kennis van Goed en Kwaad
Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgenbladeren aaneen en maakten zich schorten.
Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.
En de HERE God riep de mens tot Zich en zei tot hem: Waar zijt gij? En hij zei: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt;
daarom verborg ik mij.
Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren; zij hechtten vijgenbladeren aaneen en maakten zich schorten.
Toen zij het geluid van de HERE God hoorden, die in de hof wandelde in de avondkoelte, verborgen de mens en zijn vrouw zich voor de HERE God tussen het geboomte in de hof.
En de HERE God riep de mens tot Zich en zei tot hem: Waar zijt gij? En hij zei: Toen ik uw geluid in de hof hoorde, werd ik bevreesd, want ik ben naakt;
daarom verborg ik mij.
Onderzoek naar slechte Werken
En Hij zei: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? Toen zei de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten.
Daarop zei de HERE God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.
En Hij zei: Wie heeft u te kennen gegeven, dat gij naakt zijt? Hebt gij van de boom gegeten, waarvan Ik u verboden had te eten? Toen zei de mens: De vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt, die heeft mij van de boom gegeven en toen heb ik gegeten.
Daarop zei de HERE God tot de vrouw: Wat hebt gij daar gedaan? En de vrouw zei: De slang heeft mij verleid en toen heb ik gegeten.
Het Oordeel overDe Slang
Daarop zei de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.
De Vrouw
Tot de vrouw zei Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.
De Man
En tot de mens zei Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen
en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
Daarop zei de HERE God tot de slang: Omdat gij dit gedaan hebt, zijt gij vervloekt onder al het vee en onder al het gedierte des velds; op uw buik zult gij gaan en stof zult gij eten, zolang gij leeft.
En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelen.
De Vrouw
Tot de vrouw zei Hij: Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren en naar uw man zal uw begeerte uitgaan, en hij zal over u heersen.
De Man
En tot de mens zei Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft, en doornen
en distelen zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas des velds eten; in het zweet uws aanschijns zult gij brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat gij daaruit genomen zijt; want stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.
EvaEn de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de
moeder van alle levenden is geworden.
En de HERE God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede. En de HERE God zei: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
En de HERE God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede. En de HERE God zei: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
Verwijdering uit Hof van Eden
Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
Toen zond de HERE God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
Vragen1.Hoe kunnen wij de schepping van God
waarnemen?
2.Hoeveel zintuigen heeft een mens?
3.Wat doet geloof onder andere?
4.Wat ontstond in het begin? Hoelang geleden?
2.Hoeveel zintuigen heeft een mens?
3.Wat doet geloof onder andere?
4.Wat ontstond in het begin? Hoelang geleden?
Licht je antwoord toe.
5.Welk instrument gebruikt God bij de schepping?
5.Welk instrument gebruikt God bij de schepping?
Licht toe uw antwoord.
6.Hoe doet een mens dat?
7.Controleert God wat Hij creëert? Hoe weet je dat?
8.Op welke dag schiep God de mens?
9.Waarom op deze dag? Licht je antwoord toe.
10.Is de mens naar het beeld van God geschapen?
11.Waarom zien wij de mensen, maar God niet
12.Wat deed God op de zevende dag?
13.Wie laat de bomen en planten groeien en hoe?
14.Wat gebeurt met het lichaam van een mens
6.Hoe doet een mens dat?
7.Controleert God wat Hij creëert? Hoe weet je dat?
8.Op welke dag schiep God de mens?
9.Waarom op deze dag? Licht je antwoord toe.
10.Is de mens naar het beeld van God geschapen?
11.Waarom zien wij de mensen, maar God niet
12.Wat deed God op de zevende dag?
13.Wie laat de bomen en planten groeien en hoe?
14.Wat gebeurt met het lichaam van een mens
na zijn dood?
15.Was Hof van Eden een goede woonplaats?
16.Zou iemand de hemel willen verruilen met de hel?
17 Wat zal hem wel/niet tegenhouden?
18 Waarom was het woord van de slang een leugen?
19.Hoe onderzocht God de slechte werken van
15.Was Hof van Eden een goede woonplaats?
16.Zou iemand de hemel willen verruilen met de hel?
17 Wat zal hem wel/niet tegenhouden?
18 Waarom was het woord van de slang een leugen?
19.Hoe onderzocht God de slechte werken van
de trio?
20.Welke straffen kreeg de slang?
21.Welke straffen kreeg de vrouw?
22 Welke straffen kreeg de man?
23.Waren hun straffen rechtvaardig? Waarom?
20.Welke straffen kreeg de slang?
21.Welke straffen kreeg de vrouw?
22 Welke straffen kreeg de man?
23.Waren hun straffen rechtvaardig? Waarom?
Licht je antwoord toe.
24.Welk vooruitzicht kreeg de vrouw voor
24.Welk vooruitzicht kreeg de vrouw voor
de toekomst?
25.Hoe beschermde God de boom des levens
25.Hoe beschermde God de boom des levens
tegen de zondige vingers van de man
en mannin?
26.Waarom mochten Adam en Eva niet bij God
en mannin?
26.Waarom mochten Adam en Eva niet bij God
in Hof van Eden blijven wonen, immers
God is liefde, zegt de Bijbel?
27.Waarom verwijderde God het echtpaar uit
God is liefde, zegt de Bijbel?
27.Waarom verwijderde God het echtpaar uit
de Hof?.
28 Welke rivieren stroomden door de Hof?.
29 Waar vond God vellen om kleding te maken
28 Welke rivieren stroomden door de Hof?.
29 Waar vond God vellen om kleding te maken
voor man en vrouw?.
28 Is de moderne mens afstammeling van Adam
28 Is de moderne mens afstammeling van Adam
en Eva of van apen?
29 Waarom moet een mens zweten voor zijn
dagelijks brood?