LES 2
Vragen/Antwoorden
1.Hoe kunnen wij de schepping van God waarnemen?
A: a) Door onze zintuigen. God schiep het licht. Ieder mens kan het licht zien.
b) Door ons geloof. God zei: Er zij licht en er was licht.
Vragen/Antwoorden
1.Hoe kunnen wij de schepping van God waarnemen?
A: a) Door onze zintuigen. God schiep het licht. Ieder mens kan het licht zien.
b) Door ons geloof. God zei: Er zij licht en er was licht.
2.Hoeveel zintuigen heeft een mens?
A: Een mens heeft 5 zintuigen, tw, oor, oog, smaak tastzin, gevoel.
A: Een mens heeft 5 zintuigen, tw, oor, oog, smaak tastzin, gevoel.
3.Wat doet geloof onder andere?
A: Geloof doet ons gewaarworden zaken waarvoor de mens geen zintuig bezit
Bijvoorbeeld: In het begin schiep God hemel en aarde. Dit kunnen wij door geloof zien.
A: Geloof doet ons gewaarworden zaken waarvoor de mens geen zintuig bezit
Bijvoorbeeld: In het begin schiep God hemel en aarde. Dit kunnen wij door geloof zien.
4 Wat ontstond in het begin? Hoelang geleden? Licht je antwoord toe.
A: De hemel en aarde werden in het begin gemaakt. Wanneer vertelt de Bijbel niet. Archeologie probeert hier antwoord op te geven. Of het juist is, kunnen we niet verifiƫren.
A: De hemel en aarde werden in het begin gemaakt. Wanneer vertelt de Bijbel niet. Archeologie probeert hier antwoord op te geven. Of het juist is, kunnen we niet verifiƫren.
5.Welk instrument gebruikt God bij de schepping? Licht toe uw
antwoord.
A: Zijn Woord. Hij sprak het juiste woord voor wat Hij wilde scheppen en het werd geschapen.
Het Woord van God is niet zoals het woord van een mens.
God is heilig, een mens is zondaar.
A: Zijn Woord. Hij sprak het juiste woord voor wat Hij wilde scheppen en het werd geschapen.
Het Woord van God is niet zoals het woord van een mens.
God is heilig, een mens is zondaar.
6.Hoe doet een mens dat?
A: Een mens gebruikt gereedschappen en zijn lichaam.
A: Een mens gebruikt gereedschappen en zijn lichaam.
7.Controleert God wat Hij creƫert? Hoe weet je dat?
A: Ja, Hij controleert alles wat Hij schept. En geeft daarna zijn goedkeuring aan: Het is goed, het is zeer goed.
A: Ja, Hij controleert alles wat Hij schept. En geeft daarna zijn goedkeuring aan: Het is goed, het is zeer goed.
8.Op welke dag schiep God de mens?
A: De mens werd op de zesde dag geschapen als de laatste schepping.
A: De mens werd op de zesde dag geschapen als de laatste schepping.
9.Waarom op deze dag? Licht je antwoord toe.
A: De mens werd allerlaatst geschapen, omdat hij afhankelijk is van de totale schepping en het milieu.
A: De mens werd allerlaatst geschapen, omdat hij afhankelijk is van de totale schepping en het milieu.
10.Is de mens naar het beeld van God geschapen?
A: Een mens is het beeld van God. Het is dus niet minder of minderwaardig, althans bij de schepping.
A: Een mens is het beeld van God. Het is dus niet minder of minderwaardig, althans bij de schepping.
11.Waarom zien wij de mensen, maar God niet?
A: Wij zien God niet, omdat onze zintuigen niet volwaardig zijn. Ze zijn gedegradeerd door de velerlei zonden.
A: Wij zien God niet, omdat onze zintuigen niet volwaardig zijn. Ze zijn gedegradeerd door de velerlei zonden.
12.Wat deed God op de zevende dag?
A: Hij rustte op de zevende dag. Een mens behoort ook te rusten, niet alleen op de 7de dag, maar ook ’s nachts.
A: Hij rustte op de zevende dag. Een mens behoort ook te rusten, niet alleen op de 7de dag, maar ook ’s nachts.
13.Wie laat de bomen en planten groeien en hoe?
A: De HERE God heeft alles geschapen en Hij onderhoudt zijn schepping. De mens draagt hetzijne daarbij. God geeft zon, regen en schaduw.
A: De HERE God heeft alles geschapen en Hij onderhoudt zijn schepping. De mens draagt hetzijne daarbij. God geeft zon, regen en schaduw.
14.Wat gebeurt met het lichaam van een mens na zijn dood?
A: Het lichaam van een mens is samengesteld uit verschillende elementen. Na de dood ontbindt het lichaam zich in die elementen en vermengt zich met het stof van de aarde.
A: Het lichaam van een mens is samengesteld uit verschillende elementen. Na de dood ontbindt het lichaam zich in die elementen en vermengt zich met het stof van de aarde.
15.Was Hof van Eden een goede woonplaats?
A: Hof van Eden was een Paradijs.
Door hebzucht verloor de mens deze plaats.
Slechts de verstandigen zullen het herkrijgen in Christus Jezus door genade van God.
A: Hof van Eden was een Paradijs.
Door hebzucht verloor de mens deze plaats.
Slechts de verstandigen zullen het herkrijgen in Christus Jezus door genade van God.
16.Zou iemand de hemel willen verruilen met de hel?
A: Een verstandig mens niet. Voor een onverstandig mens maakt het niet uit.
A: Een verstandig mens niet. Voor een onverstandig mens maakt het niet uit.
17 Wat zal hem wel/niet tegenhouden?
A: Het verstand van de mens dat door God verlicht is, zal hem tegenhouden.
Maar indien zijn verstand door de werking van de satan verduisterd is, zal hij kiezen voor de hel.
A: Het verstand van de mens dat door God verlicht is, zal hem tegenhouden.
Maar indien zijn verstand door de werking van de satan verduisterd is, zal hij kiezen voor de hel.
18 Waarom was het woord van de slang een leugen?
A: Het Woord van God is de waarheid. Indien een wezen tegen het woord van God spreekt, dan is dat een leugen.
A: Het Woord van God is de waarheid. Indien een wezen tegen het woord van God spreekt, dan is dat een leugen.
19.Hoe onderzocht God de slechte werken van de trio?
A: God onderwierp alle drie aan een verhoor om vast te stellen hoe ze ertoe zijn gekomen om van de boom van goed en kwaad te eten.
Alle drie werden schuldig bevonden en alle drie werden gestraft.
A: God onderwierp alle drie aan een verhoor om vast te stellen hoe ze ertoe zijn gekomen om van de boom van goed en kwaad te eten.
Alle drie werden schuldig bevonden en alle drie werden gestraft.
20.Welke straffen kreeg de slang?
A: Stof eten en op zijn buik kruipen
A: Stof eten en op zijn buik kruipen
21. Welke straffen kreeg de vrouw?
A: Met pijn kinderen voortbrengen en man begeren.
A: Met pijn kinderen voortbrengen en man begeren.
22 Welke straffen kreeg de man?
A: De aarde bewerken en beplanten voor voedsel.
De aarde zal minder opbrengst geven. Ook doornen en distelen voortbrengen.
A: De aarde bewerken en beplanten voor voedsel.
De aarde zal minder opbrengst geven. Ook doornen en distelen voortbrengen.
En sterven zouden zowel de man als de vrouw.
23.Waren hun straffen rechtvaardig? Waarom? Licht je antwoord toe.
A: Hun oordeel kwam van God en daarom was het rechtvaardig. Gods oordeel is altijd rechtvaardig.
A: Hun oordeel kwam van God en daarom was het rechtvaardig. Gods oordeel is altijd rechtvaardig.
24.Welk vooruitzicht kreeg de vrouw voor de toekomst?
A: Iemand uit haar nageslacht zal de slang doden.
A: Iemand uit haar nageslacht zal de slang doden.
25.Hoe beschermde God de boom des levens tegen de zondige vingers van de
man
en mannin?
A: Door te laten bewaken door een gevechtsengel.
en mannin?
A: Door te laten bewaken door een gevechtsengel.
26.Waarom mochten Adam en Eva niet bij God in Hof van Eden blijven wonen,
immers
God is liefde, zegt de Bijbel?
A: Vanwege hun ongehoorzaamheid.
God is liefde, zegt de Bijbel?
A: Vanwege hun ongehoorzaamheid.
En omdat ze niet mochten eten van de boom des
levens. En vanwege hun straf.
levens. En vanwege hun straf.
27.Waarom verwijderde God het echtpaar uit de Hof?.
A: Een zondaar kan niet verblijven waar de heilige God woont.
Zonde is vijandschap tegen God.
Wie in zonde leeft, moet zich eerst bekeren om in liefde van God beschermd te worden.
De hemel is een beschermde verblijfplaats van God.
A: Een zondaar kan niet verblijven waar de heilige God woont.
Zonde is vijandschap tegen God.
Wie in zonde leeft, moet zich eerst bekeren om in liefde van God beschermd te worden.
De hemel is een beschermde verblijfplaats van God.
28 Welke rivieren stroomden door de Hof?.
A: De Pison, Gichon, Tigris en Eufraat.
A: De Pison, Gichon, Tigris en Eufraat.
29 Waar vond God vellen om kleding te maken voor man en vrouw?.
A: Hij slachtte dieren om aan vel te komen.
A: Hij slachtte dieren om aan vel te komen.
30 Is de moderne mens afstammeling van Adam en Eva of van apen?
A: Ik geloof Adam en Eva zijn de voorouders van de mens.
Een mens heeft verstand, apen hebben geen verstand.
A: Ik geloof Adam en Eva zijn de voorouders van de mens.
Een mens heeft verstand, apen hebben geen verstand.